Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum
Hondenforum

Bezigheden tijdens de wandeling

door: Ilja Jansen | website

© Ilja JansenWandelen doet iedereen die een hond heeft. De ene baas varieert de wandelingen, de andere baas maakt er een gewoonte van vaak dezelfde route te lopen. Een stukje lopen en de hond vermaakt zich wel. Een hond is een neusdier dus ‘de krant’ lezen is belangrijk voor het geestelijk welzijn.

Wat heel belangrijk is en wat veel mensen onderschatten is dat een hond het nodig heeft los van de lijn te kunnen lopen. Snuffelen waar zij willen zonder door een lijn gestoord te worden. De hond moet zichzelf kunnen zijn, dit is gezond voor zijn geest. Een hond wiens leven aan de lijn gesleten moet worden heeft geen leven.

Maar steeds dezelfde route en min of meer steeds dezelfde geuren ruiken kan saai zijn voor een hond. Is er dan een geur van een konijn of kent de hond de geur van een kat en heeft hij deze dieren wel eens met succes opgejaagd dan is de hond niet meer bereikbaar voor de stem van de baas en de jacht ZAL worden ingezet. De hond heeft bananen in de oren en er is maar één ding wat hij/zij ruikt en ziet. En de baas is niet meer in beeld.

Men heeft kunnen lezen in de rubriek opvoeding onder het kopje; http://hondenfan.nl/opvoeding/leren-loslopen-30 hoe je de aandacht kan krijgen bij een loslopende hond.

Die contact momentjes zijn zo ontzettend kostbaar en belangrijk. Het is dé basis voor de relatie tussen baas en hond. Een hond die geen oog heeft voor de baas, zal niets kunnen leren. Alles staat of valt met contact maken/hebben Kijken/de stem van de baas horen is een must voor de hond om iets te kunnen leren.

Soms is een route die voor de hond vertrouwd is juist fijn. De hond voelt zich er veilig en er zijn weinig prikkels die de hond té opgewonden kunnen maken. Zo’n prikkelarme route kan een uitkomst zijn in sommige gevallen.

© Ilja JansenMaar het kan voor een hond ook heel erg geestdodend zijn en de kans dat het dier dan juist ongewenst gedrag gaat vertonen omdat het niet genoeg geprikkeld wordt door de baas is groot.

Zeker de slimmere honden hebben een geestelijke uitdaging nodig. Van denkwerk wordt een hond meer vermoeid dan van rennen. De hond die niet aan het denken gezet wordt gaat lopen zoeken om zichzelf te vermaken. De hond gaat bijvoorbeeld tijdens de wandeling [op]jagen om te scoren. De hond rent uit beeld en de mens van de hond laat het maar gaan. Zo heeft de hond lekker de beweging. En de hond krijgt het wild toch niet te pakken, hoor ik vaak als excuses van de baas.

Jagen is zelfbelonend gedrag. Heeft de hond dit jagen eenmaal ‘uitgevonden’ en heb je daar - als baas - geen goede oplossing voor, dan heb je een groot en levensgevaarlijk probleem. Het blijft vaak niet bij een eend in de sloot. Het kan ook een kat zijn of zelfs een klein hondje wat het op een rennen zet. De hond kan verongelukken. Maar de hond kan ook een ongeluk veroorzaken waarbij mensen betrokken zijn. Een hond die aan het jagen is stopt niet bij een weg of een hek omdat daar verkeer is. Voorkomen is dus het dringende advies! De hond kan op wild jagen, maar hij kan ook op fietsers, trimmers, auto’s, motoren, scooters, scootmobielen, rennende kinderen e.d. gaan jagen.

Ter afleiding kan je een simpel zoekspelletje doen maar het kan ook door een opdracht aan de hond te geven ergens op te springen of tegen aan te gaan staan of door de hond bij je vandaan te sturen. Daar hoef je niets voor mee te nemen als je gaat wandelen. Je kan gewoon van de bomen, paaltjes, muurtjes of stenen gebruik maken die je tegenkomt tijdens de wandeling. Het hoeven geen hoogstaande kunstjes te zijn. Gewoon makkelijke dingen doen waar jij en je hond samen plezier aan beleven.

Als beloning kan je iets lekkers gebruiken om te geven of het belonen afwisselen door de bal te laten vangen, of de bal een meter of twee weg te gooien.

Beloon je met een balletje dan moet de hond geleerd hebben ten alle tijden de bal weer terug te komen brengen. Kan de hond de bal niet terug brengen gebruik dan de bal niet als beloning.



© Ilja JansenOP EEN BOOM, BANKJE, PAALTJE E.D.

Je kan je hond bijvoorbeeld leren tegen een boom op te laten opstaan. De hond vragen met de voorpoten op een paaltje of op een muurtje te gaan staan of ergens overheen te springen. Let wel op dat je nooit je hond ergens op laat springen of overheen laat springen als je er zelf niet van overtuigd bent dat het veilig is.

In het bos liggen geregeld omgezaagde bomen die op elkaar gestapeld liggen. Die bomen kunnen doordat de hond er over heen loopt gaan rollen. Soms is die stapel wel 6 meter hoog. Laat je hond daar dan alsjeblieft niet over heen lopen als de hond dit soort oefeningen niet gewend is. De kans dat het dier in paniek raakt en naar beneden springt of als een ongeleid projectiel naar beneden rent is altijd aanwezig. Met alle gevaren van dien.

 

EEN RONDJE DRAAIEN
Een rondje linksom lopen of juist een rondje rechts om te laten draaien. Bij Sterre zijn dit de commando’s rondje [rechts om] en turn. [links om].

Gewoon op een willekeurig moment vraag je aandacht van je de hond bijvoorbeeld als hij/zij ter hoogte van je lichaam loopt. Of als je met de hond in de kamer bent, of in de tuin.

Om dit de hond te leren kan je het beste kleine beloninkjes gebruiken.

Houd de beloning voor de neus en laat de hond een rondje lopen achter je hand aan.

Maakt de hond gemakkelijk een rondje achter je hand aan, dan plak je daar een opdracht aan. [beloon als de hond het rondje gedraaid heeft] Doe dit niet te vaak achter elkaar. De hond kan er draaierig van worden.

Leer het links- en rechtsom draaien één voor een aan. En niet tegelijk. De hond raakt daarvan in verwarring. Hij zal links en rechts door elkaar halen als hij niet achter je hand aan loopt maar je het vraagt en geen hulp bied.

Pas als de hond in opdracht een rondje/draai kan maken met stemopdracht ga je een rondje de andere kant op leren lopen.

Stel de beloning steeds meer uit naarmate de hond begrijpt wat er van hem/haar verwacht wordt. De volgende stap in het belonen is ‘interval’ belonen, de hond krijgt nog maar af en toe een beloning.

Zo kan je de hond om een paal leren lopen, om een stok of om een boom heen.

Wees handig met je beloningen en zorg dat je altijd genoeg bij je hebt.


LEREN LIGGEN EN DE BAAS LOOPT DOOR
Als je de hond hebt leren liggen naast je lichaam dan kan je ook afstand in gaan bouwen door een paar stappen door te lopen terwijl de hond is gaan liggen op jouw commando.

Ga dit pas doen als de hond in één commando gaat liggen. Kan de hond dit niet begin dan niet aan de oefening van liggen en doorlopen. Je verknalt dan volkomen de relatie met de hond.

Kan de hond op één commando liggen gaan, dan kan je nadat de hond is gaan liggen één stap voorwaarts maken. De hond bleef nog liggen? Stap weer terug en breek de oefening af. Stop de oefening. Dit is wat je wilt zien.

Zo ga je steeds een stap verder in de opbouw van de oefening. Stap eens opzij, Stap eens naar achter. Wees verrassend. En al die tijd blijft de hond rustig liggen. Staat de hond op, dan leg je de hond weer rustig opnieuw af. Misschien maakte je de oefening té moeilijk zodat de hond opstond? Ga er van uit dat de hond geen fout maakt maar jij. Dat jij misschien de lat te hoog had gelegd. Doe zo nodig een stapje terug.

Zo bouw je het op al naar gelang je ziet wat je hond aankan. Leren moet leuk zijn! Geen drama en geen ongezonde spanning veroorzaken. Een hond leert sneller en met veel meer plezier als het positief aangeleerd word.

Pas als je hond goed kan blijven liggen in huis, in de tuin, kan je het buiten gaan doen, eerst weer in een omgeving met weinig prikkels. Steeds weer goed kijken wat je hond aankan. Zit er niet mee als je hond het even niet snapt of aan kan. Stop er mee als het niet wil die dag en kijk eens of het de volgende dag of de week er op wel lukt. Zie je dat de hond het wel kan dan ga je de afstand tot waar jij de hond hebt gezegd te gaan liggen, groter maken.

Varieer deze oefening. Roep je altijd de hond naar je toe dan zal de hond gaan anticiperen en uit zichzelf gaan komen op bepaalde afstanden. Loop dus ook geregeld terug naar je hond. Zodat de hond nooit weet of hij/zij straks mag komen rennen of dat de baas terug komt wandelen. Komt de hond je steeds na lopen, leg de hond dan aan een lijntje en houd de afstanden kort. Ga een hond niet eerder roepen dan dat je zeker weet dat de hond goed blijft liggen. Eindig het aanleren van deze oefening altijd door terug te lopen naar de hond.


BALLETJE
© Ilja JansenOok met een balletje is van alles te verzinnen. In plaats van alleen de bal weggooien kan je er heel veel andere dingen mee doen samen met de hond.

Ik doe het volgende met Sterre. Zij vindt dit een heel spannende opdracht, te meer omdat zij erna heel hard terug naar de bal kan rennen.

Ik leg de bal op het pad neer en ik loop dan door. Sterre moet dan ook doorlopen zij loopt naast mij. Ze moet de bal dus laten liggen. Dat is bij het aanleren héél moeilijk. Zeker als de hond een ‘balfreak’ is.

Je kan er voor kiezen de hond dan aan te lijnen zodat zij/hij meeloopt. De kans dat de hond terugloopt en de bal alsnog ophaalt en onder jouw appel uitloopt, is groot. Om te voorkomen kan je beter even de hond aanlijnen. Het zou jammer zijn als de hond onder je commando uitloopt. Als de hond eenmaal doorheeft dat dit kan dan is dit een extra motivatie het weer te proberen voor hem /haar.

© Ilja JansenDe bedoeling is nl. dat de hond leert om de bal te negeren die daar achter is gebleven op het pad. En pas als jij het zegt mag de hond de bal gaan ophalen. Dit kan na drie meter zijn maar ook pas na bijvoorbeeld 100 meter. Het is belangrijk dat jij die afstand varieert zodat jij dit bepaald en niet de hond. Zorg dat jij onvoorspelbaar bent en de hond niet altijd op het zelfde moment de bal op mag gaan halen. Honden zijn immers meesters in het lezen en manipuleren van baasjes. Daarom adviseer ik altijd; word nooit een automaat voor je hond. Maar wees altijd onvoorspelbaar in alles wat je doet. Dit geldt niet alleen met spelletjes maar met alles wat je doet met de hond.

Je kan ook de bal op een paaltje leggen en dan leren dat de hond de bal moet laten liggen terwijl jij de hond roept. Dit is moeilijk want de hond wil die bal zo graag hebben… Leer dit aan met een lijntje om. Beter even een lijntje om, om te voorkomen dat de hond de fout in gaat. En werk op korte afstand van je lichaam, Werk zo nodig met stoffelijke beloningen om de hond te belonen dat hij de bal laat liggen.

Soms wil de hond de beloning niet aannemen, dan is de bal belangrijker dan de stoffelijke beloning. In zo’n geval prijs je met je stem en is de beloning daar als de hond de bal mag ophalen; mag pakken van de paal.

Dit kan je variëren en moeilijker maken door de afstand tussen jou en de hond en / of de afstand tussen de paal en de bal groter of kleiner te maken. Ook kan je het de hond ter plaatse moeilijker maken door “sta” , “zit” en “af” oefeningen te doen bij het paaltje terwijl de bal daar als verleiding ligt. Dit vraagt al een aardig appel. Maar alles kan. als je het maar met kleine stapjes doet en altijd vriendelijk en rustig blijft. Het moet altijd een feestje zijn iets met de baas samen te ondernemen.


© Ilja JansenMEERDERE BALLEN
Je kan ook met meerdere ballen gaan oefenen, Ik leg soms wel drie of vier ballen onder weg neer op de wandeling op een afstand van 100 meter. Soms meer, soms minder. Steeds moet Sterre weer meelopen als ik een bal ergens neerleg of van het pad gooi.

De bedoeling is dat ik Sterre op een gegeven moment terug stuur om de ballen één voor één op te halen en mij aan te geven, vóór zij de volgende bal gaat zoeken.

Hier geldt ook weer, kleine stappen maken in het aanleren en houd het leuk.

Maak het niet gelijk te moeilijk want een hond wil graag leren maar dan moet het ook leuk zijn om te leren. Scoren is altijd belangrijk voor een hond. Het snel kunnen vinden in het begin bij het leren zoeken erg belangrijk.

Later als de hond weet wat zoeken is kan je het moeilijker maken. Maar om het aan te leren moet je het makkelijk maken zodat het een korte snelle actie is en er snel succes behaald kan worden door de hond.

Maak je het te moeilijk dan raakt de hond gedemotiveerd. ['dag baas zoek jij maar fijn zelf die ballen, ajuus ik ga wat voor mijzelf doen'] zie je dan aan de houding van de hond.

Wat ook voorkomt is dat de hond contact met je maakt als hij de bal niet kan vinden. Sterre is zo’n hond. Zij zoekt en zoekt. Kan zij het dan toch niet vinden dan maakt zij oogcontact met mij. Kijkt mij aan, staart naar mij. Ik zeg dan zullen wij samen zoeken? Op een holletje komt ze dan aangerend en gaat mij dan voor in de richting waar we moeten zoeken. ‘Samen’ snuffelen en zoeken wij dan.

Belangrijk is dat de hond dan ook scoort . Ook al vind jij het apportje, speel het dan zo dat de hond het uiteindelijk zelf lijkt te vinden.

Kan je het apportje écht niet vinden. ?? Zorg dan ALTIJD voor een tweede [zelfde] balletje. Gooi dit balletje stiekem ergens neer op een moment dat de hond het niet ziet. Zorg dat de hond jouw kant opkomt en de bal opmerkt. Prijs je hond de hemel in.

Leer dit eerst met één, daarna twee of meerdere ballen aan. De hond moet leren onthouden waar de ballen ongeveer liggen.

Dit is best hogere school werk voor een hond. Het geheugen van de hond moet getraind worden. De één leert sneller onthouden dan de andere hond.


WELK VAN DE TWEE BALLEN HET EERST OPHALEN

Ik heb Sterre ook geleerd dat ik bepaal welke bal zij mag ophalen. Ik wijs dan in een richting waarin één van de twee ballen gegooid zijn. Ik leer dan Sterre links of rechts af te gaan zoeken.

Ik leg Sterre voor mijn neus af, met haar neus naar mij toe, Zij ziet dus wat ik doe, waar ik iets heen gooi. Ik gooi een bal naar rechts en een bal naar links.

De hond zal in het begin altijd de laatst neergegooide bal willen ophalen. Want die laatst gegooide balt zit nog vers in het geheugen, daar is de hond nog het meest door getriggerd.

De kunst is echter de hond de bal te laten ophalen die het eerst gegooid is. Dus heb ik de laatste bal naar rechts gegooid dan wijs ik met mijn arm naar de linker bal om aan Sterre de opdracht te geven die bal het eerst op te halen. Ik wijs met mijn arm naar links en zeg ook tegen Sterre; ‘zoek links’.

Sterre moet dus inmiddels hebben leren luisteren wat ik zeg. En leren lezen wat ik vertel met mijn lichaamstaal/mijn arm als ik wijs in een bepaalde richting.

Dit leer je aan met één bal tegelijk. Pas als de hond snapt wat links en recht is kan je gaan werken met twee ballen. Loop desnoods [een stukje in de richting] mee met de hond als het dier het niet snapt. Maar laat de hond voorop lopen.

Om het nog moeilijker te maken kan je ook nog leren behalve links en rechts van je, ook voor je achter je een bal te gooien.

Maar voor je dit allemaal kan doen zal de hond eerst moeten leren te blijven liggen als jij iets weggooit. Leer dit aan de lijn en laat de hond liggen als jij het gegooide balletje zelf ophaalt. Hier geldt weer variatie.

Leer jij je hond dat het niet altijd zo is dat hij/zij iets mag ophalen wat de baas heeft weggegooid dan zal de hond leren wachten tot het toestemming krijgt daartoe. Leer je hond te blijven liggen door een bal weg te gooien en eerst altijd zelf op te halen. Daarna ga je af en toe de hond toestaan de bal op te halen. Maar pas als de hond ‘steady’ is en niet de neiging heeft er achter aan te rennen.


VOORUIT STUREN

Wat leuk is om te doen is je hond vooruit te sturen. Een handig commando wat nog wel eens ingezet kan worden in sommige gevallen. Als je een hond bij je vandaan kan sturen, kan je een hond ook vlot bij je krijgen wanneer je de hond roept.

Ik ga er van uit dat je een lijn/riem bij je hebt. Je kan een verhoging van een stapeltje stenen of één steen gebruiken om je beloning op te leggen.

De bedoeling is dat je de hond ergens naar toe kan sturen met een commando. Dit commando is ‘vóór-uit’…

Stel dat je een paaltje tegen bent gekomen op de wandeling. Dan kan je op dit paaltje een beloning leggen. Laat je hond de beloning van het paaltje eten. Zeg bij het opeten het commando; vóóóór-uit [op een hele vriendelijke manier].

Als je de hond drie of vier keer de beloning hebt laten eten van het paaltje, onder het horen van jouw commando, dan lijn je de hond aan.

Leg opnieuw een beloning op het paaltje. Maar omdat de hond nu aangelijnd is kan hij/zij niet de beloningen van het paaltje eten. Maar hij weet wel dat er beloningen liggen.

Draai je om en vraag of de hond mee gaat. Let op dat de hond niet de gelegenheid krijgt de beloningen alsnog snel weg te kapen wees dus handig met je lijnvoering.

Niet twijfelen, neem de hond mee aan de lijn, desnoods met een beloninkje voor de neus.

Na twee /drie meter draai jij je om met de hond. De hond zal terug naar het paaltje willen lopen want daar liggen immers die lekkere beloningen.

Zodra jij je omgedraaid hebt en je hond de neiging heeft naar het paaltje te lopen laat je de lijn los en zegt tegen de hond – terwijl het dier terug loopt naar het paaltje; vóóóór-uit. En tegelijkertijd wijs je met je arm vooruit naar het paaltje. En je kijkt naar het paaltje.

Blijf op je plekje staan als je ziet dat de hond naar het paaltje loopt. Pas als je hond twijfelt loop je een stukje mee maar blijf wijzen en laat de hond voorop lopen. De hond zal zien waar jij naar kijkt en leren begrijpen wat jouw lichaamstaal hem/haar verteld. De hond zal vooruit lopen naar het paaltje en de beloningen eten.

Ja, goed zo hondje, dat is “vóóóór-uit” zegt het baasje dan als de hond de beloningen opeet bij het paaltje.

Zodra de hond de beloningen op heeft roep jij de hond vrolijk naar je toe.

Kijk de hond niet aan als je roept. Maar kijk naar waar jij de hond verwacht. En die plek is; voor je voeten.

De hond zal in 99 van gevallen vrolijk naar je terug komen lopen. Beloon de hond met een klein voertje als hij/zij bij je arriveert [het liefst als de hond is gaan zitten/bedelzit laat zien].

Beloon ook met je stem. Rustig maar gemeend.Beperk het belonen met de stem voor het moment dat het daar ook voor bedoeld is. Zo zal het de juiste waarde houden.

Zo, dat zijn wat eenvoudige maar ook moeilijkere oefeningen voor onderweg. Je kan met deze oefeningetjes eindeloos variëren. Misschien kan je zelf ook wat verzinnen.

Sterre kan ik:

  • mooi laten zitten
  • of een high five laten doen
  • laten rollen over haar rug
  • of laten kruipen [tijgeren. ] op haar buik


Maak het aanleren niet alleen steeds moeilijker maar pak ook eens gewoon helemaal terug naar het begin. Zo zal je altijd verrassend zijn voor je hond.

Eindig altijd een speelsessie met iets wat de hond goed kan.


DOEL
© Ilja JansenHet aanleren van trucjes en kunstjes kan men onnodig en overdreven vinden. Ja, dat mag en kan. Ieder zijn mening. Maar het leuke van dit soort samenwerk oefeningetjes vind ik, dat je wel leert ‘lezen en schrijven’ met je hond. Je bouwt zo een band op met je hond.

Dit werkt ook door in de verdere relatie die je met je hond krijgt/hebt.

Ik hoop dat ik de oefeningetjes een beetje duidelijk uitgelegd heb. Heb je vragen over het aanleren vraag het ons gerust.