Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum
Hondenforum

Het werk van reddingshonden

door: Ilja Jansen | website

Alle honden zijn neusdieren. De neus is het best ontwikkelde orgaan van de hond. Elke hond heeft een instinctieve onbedwingbare drang om aan alles te ruiken en de neus achterna te lopen als de geur interessant is. [Of als de hond geleerd heeft dat het geurspoor leidt naar een beloning, dit spoor uit te lopen.] De hond die getraind wordt om reddingshond te worden, wordt het vinden - nalopen - van een menselijke geur geleerd. Het vinden van een mens heeft tot gevolg dat de hond daar een beloning voor krijgt. Die beloning is het leukste speeltje wat de hond heeft. Vaak is dit een bal of een touw/flos, een ijzeren pijpje, of een piepbeestje. In sommige gevallen wordt er gewerkt met voedsel bij het aanleren van speurwerk. Een reddingshond leert dus dat het vinden van mensen een beloning oplevert. Een hond die naar de geur van drugs zoekt wordt geleerd dat die geur een beloning oplevert.

© Ilja Jansen

Via de neus komt de hond aan informatie over wat er zich in de omgeving afspeelt. Het reukorgaan van de hond kan wel 1000.000 keer beter ruiken dan de neus van de mens. Je kan stellen; hoe langer de snuit is, des te beter het reukvermogen. Niet alle hondenrassen kunnen even goed ruiken. Een Duitse herder heeft gemiddeld 100 cm2 geurepitheel. Een Franse bull - of een ander ras met een korte neus - gemiddeld 30 cm2. De Bloedhond is een hondenras dat een enorm sterk reukvermogen heeft en niet te evenaren is door welk ras dan ook.

Eén van de redenen dat een hond goed kan ruiken is dat een hond ongeveer 300 keer per minuut inademt, zodat er steeds opnieuw geuren opgesnoven worden. Bij het geuren vertalen wordt gebruik gemaakt van het orgaan van Jacobson. Soms zie je een hond wel eens bij het waarnemen van een geur, zoals bijvoorbeeld een reu die een loops teefje ruikt, likken, kwijlen en klappertanden. De geur die wordt opgenomen door de hond voert langs het orgaan van Jacobson. Het orgaan van Jacobson wordt bevochtigd door het vocht van de traanklier. Doordat de neus en het orgaan van Jacobson vochtig zijn kan de hond de geurpuzzel uitwerken. Juist omdat de hond zo goed kan ruiken is dit dier perfect geschikt om de hond op te leiden tot reddingshond.

De taak van een reddingshond is zoeken en vinden van slachtoffers. Mensen die verdwaald zijn tijdens de wandeling, mensen die in de war zijn, of mensen die door een natuurramp in problemen zijn gekomen. De honden worden getraind om te zoeken naar liggende, zittende, hangende of onder puin of aarde liggende slachtoffers. Men maakt gebruik van de natuurlijke jachtpassie die iedere hond in zich heeft.
Het maakt niet uit of je hond een rashond is of een bastaard uit een asiel, groot is of klein. Als de hond wil werken voor de baas kan de hond opgeleid worden tot reddingshond. Mits de hond lichamelijk goed in elkaar zit en behendig is. Voor men aan een reddingshondentraining kan beginnen zal de hond eerst getraind moeten worden zodat de hond onvoorwaardelijk luistert naar de baas en dus niet te pas en te onpas achter wild aanrent als de hond aan het werk is met bijvoorbeeld het vlakterevieren.

Er zijn heel veel reddingshondengroepen in Nederland. Vrijwel iedere provincie heeft een eigen reddingshondengroep of vereniging. Er zijn ook reddingshondenverenigingen voor bepaalde rassen. Zo heeft de Leonberger een eigen groep die traint voor reddingswerk. Soms traint de vereniging voor het echt inzetten van de honden bij calamiteiten, maar soms is de vereniging slechts voor de sport. In beide gevallen hebben hond en baas evenveel plezier en is het super voor teambuilding tussen hond en baas. Reddingshondenverenigingen trainen voor de inzet bij rampen in binnen en buitenland. Hier zijn officiële diploma’s voor nodig en daar wordt dan ook elk weekend voor getraind, vaak op diverse locaties door het land. Niet alleen om de hond, maar ook om de baas op het juiste niveau te brengen. Het kan zwaar werk zijn, soms zelfs gevaarlijk en vraagt heel veel vrije tijd, inzet en doorzettingsvermogen van baas en hond.

Niet alleen een goede conditie van de hond is van belang , ook de baas moet in een goede conditie zijn. Men moet ook bereid zijn o.a. te leren omgaan met navigatie (kaart en kompas GPS), communicatie apparatuur/portofoonverkeer en EHBO cursussen volgen en geoefend worden in het inschatten van gevaarlijke situaties . Het is niet de bedoeling dat je je hond in gevaar brengt bij het zoeken, redden van mensen. Extra aandacht wordt besteed aan honden die overleden mensen moeten leren zoeken. Niet iedere hond wil de geur accepteren van een overleden persoon. Over het algemeen zoeken reddingshonden naar levende mensen.

Het is van groot belang dat baas en hond ‘een team’ zijn, elkaar verstaan, elkaar (leren) lezen en begrijpen zonder dat er te veel woorden aan te pas komen en respect te hebben voor elkaar. De geleiders moeten de hond “lezen” , d.w.z. leren zien wanneer een hond een spoor of een geur heeft gevonden. Iedere hond laat dit op zijn of haar eigen manier zien.

Het zoeken door een reddingshond gebeurt los van de lijn . Honden kunnen in een bepaalde richting gestuurd worden of honden zoeken op eigen gelegenheid naar menselijke geuren en sporen. Een reddingshond moet zelfstandig kunnen werken en zelf beslissingen kunnen nemen in sommige gevallen, omdat een hond soms buiten het zicht van zijn eigenaar moet werken. Getraind wordt met de honden op motivatie en de ultieme beloning . Honden krijgen na het vinden van het slachtoffer , van de baas de ultieme beloning. Vaak is dat een balletje / een speeltje waar de hond gek op is. Getraind wordt op vlaktenrevieren; duinen, heidevelden, bossen, enz.

Ook worden honden getraind op puinlokaties. Hier worden dan vaak afbraakgebouwen, huizen, flats en fabrieken voor gebruikt, of puinbrekerijen om de honden te leren hoe het voelt over puin te lopen. Een reddingshondenvereniging is dan ook vrijwel altijd op zoek naar zulke trainingslocaties waar gebouwen staan die gesloopt zijn of binnenkort gesloopt worden, of naar leegstaande gebouwen. (Uiteraard moet wel altijd toestemming gevraagd worden aan de desbetreffende personen van zo’n locatie OF er getraind mag worden en of het veilig is. Bijvoorbeeld moet ervoor gezorgd worden dat gas, elektriciteit, enz.  afgesloten is.)

Voor er slachtoffers weggelegd worden wordt de situatie altijd eerst grondig onderzocht of het veilig is voor slachtoffer, hond en geleider. Er loopt altijd een persoon met het slachtoffer mee om het verstek, zo nodig, dicht te bouwen of om een slachtoffer ergens in te helpen. Tijdens een training op een puinlocatie gaat veiligheid voor alles. De slachtoffers worden in kasten, in buizen, onder de grond, in kelders gelegd. Of juist ergens hoog, ergens bovenop, of in een bosperceel in een boom. Iedere locatie zorgt voor een andere manier van geurverwaaiing. En dit is wat honden moeten leren vertalen.

Beton vertaalt geursporen anders dan een geurspoor in het bos of op het zand of op gras . Een geur die van boven komt kan verwaaien en wel tientallen meters verder op neerkomen. De honden moeten dan leren het spoor uit te werken teneinde bij het slachtoffer te komen. Dit vraagt tijd en inzet. Iedere week leert de hond en geleider weer wat bij.

Je zult begrijpen dat een hond behoorlijk goed onder appel moet staan zodat de hond “gestuurd” kan worden. Een hond die niet goed luistert kan zichzelf, maar ook de mensen die met de hond (samen) werken, in groot gevaar brengen.

Er zijn ook reddingshondenverenigingen die met honden behalve in puin en vlakterevieren op het water werken. Soms loopt de geleider met de hond langs de oevers te zoeken naar geur die van het water gewaaid komt. Soms gaan de hond met de geleider in een bootje het water op. De hond kan de geur van een vermist persoon die in of onder water ligt, ruiken. Een huidschilfer, een luchtbelletje, molecuul in een windvlaag kan al genoeg zijn voor een goed getrainde reddingshond om een slachtoffer te vinden. Het is zeker met een hond die op het water werkt dat de geleider de hond zéér goed moet kunnen “lezen”. Sommige honden blaffen, of gaan onrustig springen/lopen. Andere honden verstarren juist van houding. Sommige honden laten alleen een bepaalde kwispel of stand van de staart zien als zij aangeven dat zij een geur lokaliseren. Weer een andere hond heeft een bepaalde stand van het oor. Communicatie tussen hond en geleider/baas moet dus optimaal zijn om geen fouten te maken.

Het probleem bij water zoeken is dat er vaak een bepaalde stroming is. Hier moet de geleider die met de hond op de boot zit rekening houden. Zo ook met de windrichting. Dit vraagt een enorme training waar beslist niet iedere hond geschikt voor is.

Naast het wekelijks trainen met de eigen reddinggroep wordt er ook geregeld samen getraind met andere reddingshondenverenigingen. Dit om grotere zoekacties op te zetten, meerdere honden tegelijk in te zetten en grotere terreinen af te zoeken. Dit alles tot doel te leren van elkaar en leren samen te werken. Niet alleen het zoeken zelf wordt getraind ook het communiceren met een grotere groep en het aansturen van de zoekteams wordt getraind. Altijd na zo’n gemeenschappelijke inzet wordt er geëvalueerd en doorgesproken wat beter kan of wat juist heel goed ging. Daarnaast worden er ook trainingsweken/weekenden georganiseerd in het buitenland, waar men dan leert abseilen met en zonder honden. Als je abseilt met hond dan is de hond met een harnas bevestigt aan je eigen harnas. Zo zal de hond met de baas veilig samen naar beneden geholpen worden.

Soms worden helikopters ingezet en wordt er geoefend met de hond in de heli’s. De heli’s maken een enorme herrie en soms zijn honden nogal onder de indruk van de herrie en de luchtverplaatsing door het wentelen van de wieken. Honden moeten leren omgaan met de meest uiteenlopende omstandigheden en leren een feilloos vertrouwen te hebben in de geleider.

Sommige honden leren te werken met een bringsel. Een Noors bringsel is een kunststof instrument wat aan op twee punten aan de halsband van de zoekende hond bevestigd word. Het Noors bringsel lijkt op een soort handvat wat voor op de borst hangt . Zodra de hond het slachtoffer heeft gevonden neemt de hond het bringsel in de bek en rent terug naar de baas. Op die manier weet de baas dat de hond het slachtoffer gevonden heeft. De baas vraagt de hond hem/haar naar het slachtoffer te brengen. Er zijn verschillende soorten bringsels. En bestaat ook een bringselstaafje. Dit met leder of jute omklede staafje hangt met een musketon aan de halsband van de zoekende hond. De methode is hetzelfde als bij een Noors bringsel. Heeft de hond het slachtoffer gevonden dan neemt de hond het bringsel in de bek en rent terug naar de baas.

Sommige honden hebben geleerd leeg te verwijzen.(recall.)Mijn eigen hond nam te pas en te onpas het bringsels in de bek tijdens het aanleren. We hebben het bringsels dus afgedaan.

Ik heb zelf ook een aantal jaren bij een reddingshondenvereniging getraind. Mijn hond zocht met grote slagen en hield mij perfect in de gaten. Ik zag hem niet als we door de eindeloze bossen liepen maar ik hoorde het kreupelhout kraken en hoorde zijn poten neerkomen. Vond hij het slachtoffer dan blafte hij even, ten einde mij te laten weten dat hij gescoord had. Daarna rende hij zo snel mogelijk terug naar mij, blafte een keer tegen mij en ik gaf hem dan de opdracht “laat zien waar heb jij het gevonden.”? Dan rende hij weer weg in de richting waar hij het slachtoffer gevonden had. Opnieuw aangekomen bij het slachtoffer rende hij weer terug naar mij. Dit pendelen (heen en weer rennen) bleef hij doen tot ik uiteindelijk ook aankwam bij het slachtoffer. Vol verwachting ging hij dan liggen en wachtte geduldig tot hij zijn ultieme beloning (zijn BAL) gegooid kreeg door mij. Dit ‘pendelen’ heeft hij zichzelf aangeleerd. En zijn ook honden die niet terug rennen maar bij het slachtoffer blijven en geregeld blaffen. De geleider moet dus zelf op het geluid af gaan van de hond teneinde het slachtoffer te vinden.

Als je in een reddingshondenteam traint train je niet constant met je hond. Je bent ook slachtoffer voor je teamgenoten die dan op zoek gaan naar jou. Je wordt gecoached door de meer ervaren teamgenoten die al jarenlange ervaring en inzichten hebben. Zij leren je de manier van zoeken die het beste bij jouw hond past, zij helpen je, je hond te leren lezen. En ze leren je wat wel en wat zeker ook niet te doen in bepaalde omstandigheden en hoe je in bepaalde situaties handelen moet,  zodat jij en je hond niet in gevaar komen.

Een speciale training vraagt het werken in de sneeuw. Hier zijn speciale workshops voor te volgen. Sneeuw vertaalt weer de geur op een andere manier en honden moeten ook hier weer leren hoe die geur te vertalen. De geleiders leren rekening te houden met de gevaren die dit type reddingswerk met zich meebrengt en hoe om te gaan met de andere natuurlijke omstandigheden zoals windval in de bergen.
http://www.wintersport.nl/render/artikel/1882/honden-helpen-bij-lawines

Een andere discipline van reddingswerk is mantrailing.
Hierbij zoekt de hond met een tuig om waaraan een (speur)lijn van 10 meter zit. De hond zoekt het slachtoffer door middel van een geur van het slachtoffer die de hond aangeboden wordt bij het begin van het spoor. Die geur kan een T-shirt zijn bijvoorbeeld, waarin de geur van het slachtoffer zit en veilig is gesteld in een plasticzak. Nadat de hond lucht heeft genomen gaat de hond op zoek naar het slachtoffer. Deze vorm van sporen uitwerken kan heel goed ook in de bebouwde kom uitgevoerd worden.

Dit is een zeer beknopte beschrijving over wat een reddingshond leert en doet. Wil je meer weten over het trainen dan kan je altijd vrijblijvend contact opnemen met een reddingshondenvereniging bij jou in de buurt. Bedenk wel – als je bij een groep gaat trainen die voor de uitzending naar rampgebieden gaat – er heel veel getraind moet worden en er ook financieel een beroep op je gedaan zal worden. Het rijden naar div. locaties in Nederland en ook vaak naar het buitenland zoals Duitsland, België , maar ook soms naar Tsjechië of naar Polen, kan soms samen met teamgenoten. de brandstof die verstookt wordt is voor eigen rekening. Vaak worden de verenigingen gesponseerd door het bedrijfsleven. Dit houdt in de rug/herkenningsdekjes  waaraan te zien is dat de hond een reddingshond is die aan het werk is, wat de hond draagt en de speciale kleding en helm die de geleider draagt tijdens de trainingen/inzetten.