Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum Hondenforum
Hondenforum

Noorse Lundehund

door: J. de Jong, kennel Vorkosmia | website
stand1
stand2

FCI Groep 05 Spitsen en oertypes


Rasstandaard
FCI nummer 265


Sectie
2 Scandinavische Jachthonden


Herkomst

Herkomst: Noorwegen

Oorspronkelijk komt de Lundehund van Værøy, een eiland die tot de Lofoten behoort. Het is niet zeker wanneer de Lundehund precies is ontstaan, want er zijn vele theorieën. De bekendste theorie is dat de Lundehund de IJstijd heeft overleefd en dus een oerras is.

De Lundehund was erg belangrijk voor de bewoners van Værøy. Lundies –zoals dit ras liefkozend wordt genoemd- konden steile rotsen beklimmen en door nauwe rotsspleten kruipen. Dit was erg handig voor het vangen van Papegaaiduikers (‘Lunde’ in het Noors). Deze pinguïn-achtige vogel werd gevangen voor hun vlees en veren. Deze veren waren een luxe-item, omdat ze zo zacht en uniek waren, en daardoor dus ook erg populair. Omdat Lundehunden zo gespecialiseerd waren in het vangen van Papegaaiduikers, waren ze soms meer waard dan een melkkoe.

Er zijn verschillende redenen dat de Lundehund minder populair werd. De overheid vroeg de dorpelingen belasting te betalen voor elke hond die ze hadden, velen konden zich dit niet veroorloven en moesten hierdoor stoppen met het fokken van honden. Een andere reden was de opkomst van netten, hiermee konden de jagers evenveel vogels vangen, maar ze hadden de kosten van het verzorgen van de honden niet. Tenslotte werd de Papegaaiduiker een beschermd diersoort, waardoor jacht niet meer was toegestaan.

De familie Christie kreeg in 1939 hun eerste Lundehund van de heer Monrad Mikalsen. Een paar jaar eerder had de familie een artikel gelezen over de Lundehund, geschreven in 1925 door de heer Sigurd Skaun. De Christies waren ervaren fokkers van Engelse Setters en waren na het lezen van het artikel erg geïnteresseerd in de Lundehund. Aangezien er nog maar erg weinig Lundies waren, besloten ze dit ras te herstellen, waarmee ze uiteindelijk op 60 tot 70 Lundies kwamen.

Helaas kwam er een volgende bedreiging; het gebrek aan een vaccin tegen de hondenziekte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ras was bijna uitgestorven, maar gelukkig bleven er nog een aantal over, deze werden teruggestuurd naar Værøy.

Nadat de man van Eleanor Christie stierf, werd ze geïnspireerd om weer Lundies te fokken. Ze was 70 jaar oud toen ze dit besloot en het bleek een zeer belangrijke beslissing te zijn geweest in de geschiedenis va de Lundehund. Op Værøy waren slechts een paar Lundehunden over, in 1960 werden er pups verzonden naar Eleanor. Uiteindelijk is de redding aan Eleanor te danken, die vanuit vijf Lundehunden het hele ras heropbouwde.


Algemeen voorkomen

Kleine, lenige, lichtgebouwde, rechthoekige spitshond met duidelijk te onderscheiden secundaire geslachtskenmerken.


Schofthoogte
Reuen 35-38 cm, teven 32-35 cm


Gewicht
Reuen circa 7 kg, teven circa 6 kg


Vacht
Haar: Dicht en ruw met een zachte ondervacht. De vacht op het hoofd en de voorkant van de benen is korter. Rijkelijke beharing aan de kraag, de ‘broek’ en de staart, maar zonder vlag. Kleur: Altijd gecombineerd met wit: van rood tot fawn, met zwarte haarpunten; zwart; grijs; wit met donkere afrekening, Oudere honden hebben over het algemeen meer zwarte haarpunten dan de jongere honden.


Gebruik
Omdat de jacht op papegaaiduikers verboden is, wordt dit ras tegenwoordig voornamelijk als gezelschapshond gehouden.


Gezondheid

De Lundehund is over het algemeen een erg gezond ras, maar ook bij dit ras komen ziektes voor. IL (Intestinale lymphangiectasie) is een belangrijke ziekte binnen dit ras. Er zijn helaas geen exacte percentages bekend, maar er wordt gezegd dat elke Lundehund deze ziekte kan krijgen. Het is verstandig om elk jaar een bloedonderzoek te laten doen bij je Lundehund, om IL op tijd te kunnen vaststellen. Daarnaast komen er ook oogziektes voor bij de Lundehund, voornamelijk cataract en PPM (Persistent pupillary membranes) en komt Patella Luxatie incidenteel voor.


Aard

Dit kleine ras is erg levendig. Ondanks zat ze erg zelfstandig zijn, houden ze wel van gezelschap en kunnen moeilijk alleen zijn. Ze kunnen zichzelf uren vermaken met een speeltje, maar als liefst wel bij het baasje in de buurt. Lundehunden zijn vrijwel altijd vrolijk. Ze zijn erg speels en lopen regelmatig rond met een speeltje in hun bek. Ook vinden ze het leuk om hun speelgoed te verstoppen/begraven.

Het trainen van de Lundehund kan een uitdaging zijn. Ze zijn ongelooflijk intelligent en leergierig, maar ook eigenwijs. Heb dus vooral veel geduld bij het trainen! Ook de zindelijkheidstraining is niet makkelijk volgens veel eigenaren. Het duurt bij dit ras langer dan bij andere rassen en veel Lundehunden worden niet 100% zindelijk.

 Ze zijn zich zeer bewust wat er om zich heen gebeurt, zijn waaks en blaffen graag en veel. Tijdens het wandelen blijft dit ras bij je in de buurt, andere honden worden soms begroet met geblaf, maar de Lundehund heeft verder weinig interesse in andere honden.

Omdat dit ras vaak last heeft van “noisephobia” (angst voor geluiden, bv vuurwerk en onweer) is het belangrijk de pups goed te socialiseren, een goede fokker besteedt hier aandacht aan! Ook is dit ras gevoelig voor stress, bij teveel stress kan de Lundehund erg ziek worden (zie kopje ‘Gezondheid’ over deze ziekte, Intestinale lymphangiectasie).

Beweging
Honden van dit ras zijn actief en dol op beweging. Als ze zich vervelen, vinden ze hun eigen manier om zich te vermaken, maar dit zal voor de eigenaar niet altijd even leuk zijn. De Lundehund moet regelmatig de mogelijkheid krijgen om lekker los te rennen in de vrije natuur. Ook doet de Lundehund het leuk op behendigheid, flyball of frisbee, echter moet je er wel rekening mee houden dat het eigenwijze honden zijn, en dus niet altijd doen wat je van ze vraagt.


Bijzonderheden

Lundehunden hebben veel bijzonderheden, dat is in ieder geval zeker! De Lundehund is zoals sommigen het noemen ‘een anatomisch wonder’. Zo heeft de Lundehund aan elke poot 6 tenen, dit zijn echte tenen, dus géén wolfsklauwtjes. Ze kunnen ze hun oren sluiten (tegen viezigheid en vocht), en hun schoudergewrichten zijn zo soepel dat ze hun voorpoten volledig zijwaarts kunnen spreiden. Daarnaast kunnen ze door hun soepele nek hun hoofd zo ver naar achteren doen, dat het voorhoofd de rug raakt.

Dat hondje met die tenen

26-04-2012 | door: J. de Jong, kennel Vorkosmia | website

J. de Jong, kennel Vorkosmia Veel mensen vragen me hoe ik in hemelsnaam bij dit ras terecht ben gekomen. Toen ik van mijn moeder mijn eerste hondenencyclopedie kreeg, was ik er niet bij weg te slaan. Natuurlijk lette ik vooral op de foto’s, wanneer ik een hond mooi vond, ging ik de karaktereigenschappen doorlezen. Vroeger wilde ik graag anders dan anderen zijn, waardoor mijn oog natuurlijk op de Lundehund viel. Mijn broer was allergisch voor honden, dus zolang ik bij mijn ouders woonde, zou er geen hond komen. Jaren verstreken en nog steeds was de encyclopedie groot favoriet. En dan komt het moment dat je op jezelf gaat wonen, de kriebels om een hondje in huis te nemen worden steeds groter, maar ik wilde wachten tot ik in een huis met tuin woonde. Ondertussen had ik me meer verdiept in het ras, het karakter sprak me aan en verder leek het ras ook goed bij mijn leven te passen. Ik had contact met twee fokkers en had inmiddels het ras ook op shows ontmoet, maar daar zijn ze heel anders dan in huiselijke omgeving. Na een bezoekje aan de fokker werd bevestigd wat ik allang wist: Er komt een Lundehundje bij me wonen. Maar eerst een huis met tuin!


Toen het nestje werd geboren, had ik ook nog eens de keuze uit 3 teefjes en 1 reu. De Lundehund krijgt gemiddeld 2-3 pups in een nestje, al zijn er uitschieters naar 6 pups. Dit was dus een redelijk groot nest. Mijn oog viel op het donkerste teefje, en na 8 weken mocht Svarri bij me komen wonen. Inmiddels zijn we ongeveer 2,5 jaar verder en ik geniet nog elke dag van mijn eigenzinnige lieverd. Natuurlijk hoop ik dat ze heel oud wordt en geen spijsverteringsproblemen krijgt. In Svarri haar familie komt IL gelukkig (nog) niet voor en ik ben van mening dat goede voeding ook erg veel invloed hierop heeft. Daarom krijgen mijn honden -ik heb ook nog een Boston Terriër- NRV, dit is naar mijn mening de meest natuurlijke manier van voeren. Ook door stress kan de ziekte tevoorschijn komen, daarom is het belangrijk dat ze een stabiel leven hebben.


J. de Jong, kennel Vorkosmia Veel mensen denken dat mijn Svarri een kruising is, als ik ze dan vertel dat het een Noorse Lundehund -een Noorse Watte?!- is, vragen ze vaak naar het karakter. Svarri is een ongelooflijk nieuwsgierig hondje, wat erg handig is met haar waakse karakter. Bij elk klein onbekend geluidje blaft ze, dit ras is dus absoluut niet geschikt voor mensen die niet van blaffende honden houden. Lundehunden zijn erg speels, en ze spelen vaak met de voorpoten, als liefst met twee speeltjes, waarvan één in de bek. Daarnaast is de Lundehund energiek, maar het zijn absoluut geen stuiterballen. Ze kunnen het met gemak 4 uren volhouden met wandelen, dit vinden ze heerlijk. Maar ook met kleinere (onaangelijnde) wandelingen zijn ze tevreden. De meeste jachthonden kan je moeilijk los laten lopen i.v.m. het jachtinstinct, maar de Lundehund blijft graag bij je in de buurt en kan je dus onbezorgd los laten lopen. Verder zou je allerlei sporten kunnen beoefenen met dit ras, al moet je er wel rekening mee houden dat ze vrij eigenzinnig zijn. Je moet ze ook vooral NIET onder druk zetten, want dan vertonen ze ‘middelvinger’-gedrag. Ze hebben een consequente opvoeding nodig (welke hond niet?), maar een harde hand is absoluut uit den boze. Als je ze straft, verliezen ze respect voor je en vertrouwen ze je niet meer. Dit gebeurt trouwens ook als je de nageltjes wil knippen, Svarri heeft daar zó’n hekel aan. Ik knip de nageltjes terwijl Svarri op mijn schoot zit, hiervoor moet ik haar dus eerst optillen. Als ik dan eenmaal klaar ben met de nageltjes knippen, loopt ze voor me weg omdat ze bang is dat ik haar weer ga optillen en de nageltjes ga knippen.. Verder zijn ze erg aanhankelijk, maar wel op hun eigen manier en op hun eigen momenten, als liefst liggen ze naast je, met hun poten in de lucht. Ook slapen ze vaak met hun staart over het neusje heen, zodat die lekker warm blijft.


J. de Jong, kennel Vorkosmia De meeste mensen zeggen van hun eigen ras dat het een bijzonder ras is, anders dan andere rassen. Natuurlijk is elk ras speciaal, maar de Lundehund is een geval apart. Niet alleen qua anatomische eigenschappen, maar ook qua gedrag. Ze zijn heel primitief en zijn daarom ook erg duidelijk in hun lichaamstaal. Ten tijde van het schrijven van dit artikel, volg ik een documentaireserie op Animal Planet HD, genaamd ‘The Pack’, dit gaat over wilde honden (“Dholes”) in Azië. Lundehunden doen me erg denken aan deze honden, vooral qua (roedel)gedrag, lichaamstaal en manier van bewegen. Ondanks dat ze zo dicht bij de natuur staan, zijn ze absoluut niet wild, je kan dus met een gerust hart een Lundehund in huis nemen. Maar pas op, als je een Lundehund in huis neemt, krijg je er een hele familie bij, want de Nederlandse Lundehund-eigenaren zijn vrij hecht met elkaar!